Cabergkanaal

Het reservatietracé Cabergkanaal zou een zware hypotheek hebben gelegd op het project ALBERTKNOOP, maar ook op de verdere ontwikkeling van het Zouwdal en de noordelijke stadsontwikkeling van Maastricht

Het reservatietracé voor het Cabergkanaal komt voort uit een Verdrag tussen België en Nederland dat dateert uit 1961. Het graven van een nieuw kanaal als directe verbinding tussen het Albertkanaal en het Julianakanaal werd toen in het vooruitzicht gesteld. Met de verdere uitbouw van het sluizencomplex in Ternaaien (ten zuiden van Maastricht) woog de mogelijke tijdswinst voor de binnenscheepvaart niet langer op tegen de kostprijs en de ruimtelijke impact van dit Cabergkanaal. Bovendien zou de aanleg zowel het project ALBERTKNOOP als de gehele noordelijke stadsontwikkeling van Maastricht onmogelijk hebben gemaakt.

Onder het voorzitterschap van de directeur-generaal van de BeneluxUnie brachten alle betrokken Vlaamse, Waalse en Nederlandse instanties een unaniem advies uit tot schrapping van het reservatietracé van het Cabergkanaal.

Daarop besliste de Vlaamse regering op 7 oktober 2011 om de onderhandelingen met de Nederlandse regering hierover te starten. Op 27 februari 2013 ondertekenden Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, Hilde Crevits en haar Nederlandse collega, minister van Infrastructuur en Milieu, Melanie Schultz van Haegen een verdragswijziging die de schrapping van de reservatiestrook mogelijk maakte. Het nieuwe verdrag trad op 1 februari 2014 in werking. Meer hierover kan u lezen in dit nieuwsbericht.